Meten van Stempels

In de tijd van de Nord-Belge was het maken van stempels nog handwerk. Dat bracht met zich mee dat stempels die dezelfde gegevens bevatten en van hetzelfde type zijn, toch meestal van elkaar verschillen. Bij bestudering van de stempels zijn die verschillen vaak snel te zien. Bij sommige stempels vergt dat wat meer studie en bij sommige stempeltypen (bijvoorbeeld type 2 van Liége Guillemins en type 5.2 van Liége Longdoz, beide stations hebben veel loketten) is het erg moeilijk. Daarbij komt dat er bij bepaalde manieren van afstempelen vervormingen kunnen optreden waarmee uiteraard ook rekening moet worden gehouden (stempels lijken dan niet hetzelfde, maar zijn dat wel). Overigens zou het in theorie en dan met name bij stempels van type 2 en type 5.2 kunnen voorkomen dat er wèl twee of meer identieke stempels hebben bestaan, maar zoiets is natuurlijk moeilijk vast te stellen.
Bij type 2 speelt ook nog het probleem dat niet duidelijk is hoe de stempels technisch gezien in elkaar zaten: kon bij het wijzigen van de datum ook sprake zijn van andere afstanden tussen dag en maand en tussen maand en jaar of niet? In deze catalogus is er doorgaans van uit gegaan dat bij een stempel die afstanden niet flexibel waren in te stellen en dat het daarmee bij een andere afstand om een ander stempel moet gaan, die dan beide in de catalogus zijn opgenomen. Bij type 5.2 speelt dit probleem niet, maar met name bij de stempels van Liége Longdoz (met z’n ongeveer 20 loketten met voor elk loket een eigen stempel) zijn de verschillen soms zo klein dat het de vraag is of bij het afstempelen het stempel, als hiervoor al is vermeld, iets vervormd is overgekomen, dan wel dat het gaat om een ander stempel. De in deze catalogus gemaakte keuzes zijn daarom soms voor discussie vatbaar.
Daar waar in deze catalogus stempels dezelfde gegevens bevatten, van het zelfde type zijn maar toch van elkaar verschillen, zijn in de kolom “Opmerkingen” die verschillen in compacte vorm aangegeven. Dat aangeven van die verschillen gebeurt vaak door de basisgegevens uit te drukken in millimeters. Omdat stempels bij een veelvuldig gebruik steeds “vetter” worden, is er bij lijnen gemeten vanaf het middelpunt van die lijnen. Uitkomsten worden bij voorkeur afgerond op halve millimeters. In uitzonderingsgevallen wordt ook gewerkt met ¼ of ¾ millimeters. Bij namen (vooral bij de naam van het station) wordt gemeten vanaf het meest linkse punt van de linker letter tot de meest rechtse punt van de rechter letter (de stationsnaam wordt dus als het ware opgenomen in een rechthoek, bij een stationsnaam als Amay is dat een handige methode). Overigens blijft het moeilijk om zelfs bij stempels waarbij het vrij duidelijk is dat die van elkaar verschillen, die verschillen zo te beschrijven dat dat voor iedereen duidelijk is.
Als er in de catalogus bij een stempel geen ander stempel met dezelfde gegevens en van hetzelfde type is opgenomen, worden in de rubriek “Opmerkingen” geen nadere gegevens vermeld. Dat betekent evenwel niet dat er niet zo’n ander stempel zou kunnen bestaan. Daarom moet niet te snel moet worden aangenomen dat het om hetzelfde stempel gaat als het stempel dat in de catalogus is vermeld. Zeker als de datum op het ene stempel meer dan 10 jaar verschilt van die van het andere stempel, is voorzichtigheid geboden. Indeling van het nieuw verkregen stempel (in de rubriek “datum vanaf/datum tot” dan wel als nieuw stempel) kan dan eigenlijk alleen worden gedaan door die te vergelijken met het origineel van het in de catalogus opgenomen stempel