Vervalsingen van Nord-Belge afstempelingen.

Of het nu, bijvoorbeeld, om merkkleding, schilderijen of geld gaat, alles kan worden nagemaakt. Niet alleen nu maar ook vroeger al. Wat wel nieuw is, is dat de reproductietechnieken thans zo ver zijn ontwikkeld dat vervalsingen steeds moeilijker als zodanig zijn te herkennen. Deze vorm van fraude is natuurlijk  niet aan de postzegelwereld voorbij gegaan. Als we ons beperken tot de Nord-Belge afstempelingen dan gaat het vooral om ongestempelde echte spoorwegzegels die door middel van die geavanceerde reproductietechnieken valselijk zijn voorzien van een zeldzame Nord-Belge afstempeling. Een tweede mogelijkheid is dat die ongestempelde spoorwegzegels werden voorzien van een zelf bedacht type Nord-Belge afstempeling (de zogenoemde fantasie-afstempelingen). Een derde mogelijkheid van een vervalsing is het gebruiken van een nagemaakt stempel.

Een NB-verzamelaar heeft veel onderzoek gedaan naar fraude bij Nord-Belge afstempelingen. Zo circuleren er bijvoorbeeld valse afstempelingen van type 8.1.1 van Saint Martin (zie afb. 1). Het is te zien aan het verticale streepje rechts van het stempel dat het om een vervalsing gaat, omdat de zwarte streep van het document niet goed is uitgesneden (zie afb.2 waar de voor de vervalsing gebruikte afstempeling op een vrachtbrief is afgebeeld).
 
Afb. 3 betreft een afstempeling van Andenne van een in de catalogus niet bekend type. Deze afstempeling is door deze NB-verzamelaar ontmaskerd als fantasie-afstempeling  omdat het bij het  gebruikte lettertype van de opdruk hoogstwaarschijnlijk om de Angsana New Regular Font gaat, dat eerst aan het einde van de 20ste eeuw is ontworpen. Er zijn met gebruikmaking van dit lettertype meer  valse Nord-Belge afstempelingen bekend (zie afb. 4 – 7). Dit soort vervalsingen worden mede mogelijk gemaakt omdat de voor de vervalsingen nodige niet-gebruikte spoorwegzegels in overvloed tegen zeer geringe kosten zijn te verkrijgen. De NB-verzamelaar wijst er verder nog op dat door een microscoop te zien zal zijn dat de bij een “echte” afstempeling gebruikte inkt zal overlopen in en onder de naastliggende vezels. Bij een reproductie van een stempelafdruk gaat het om gebrand poeder dat in feite op de zegel blijft liggen en er niet in trekt. Het is daarom essentieel om zeker bij de aankoop van een zeldzame afstempeling ook naar de achterkant van de spoorwegzegel te kijken. Bij oudere vervalsingen kan van het gebruik van aangepaste inkt of aniline-inkt sprake zijn.

Een andere vorm van oneigenlijk gebruik van een stempel is de welwillendheidafstempeling. Er zullen waarschijnlijk  verzamelaars van spoorwegzegels zijn geweest met een familielid dat op een Nord-Belge station werkte. Dan is een welwillendheidafstempeling op een niet-gebruikte spoorwegzegel natuurlijk zo gemaakt. Dit niet-bedoelde gebruik zal evenwel niet zijn aan te tonen zolang het maar gaat om een incidenteel gebruik van een echt stempel op een echte spoorwegzegel. Anders kan het zijn  als er bij een zeldzaam stempel sprake is van veel  uitstekend gecentreerde afstempelingen met dezelfde datum. Dan is de verleiding groot om aan te nemen dat het niet meer om welwillendheidafstempelingen gaat, maar dat het desbetreffende  Nord-Belge stempel, bijvoorbeeld door oorlogsomstandigheden, in verkeerde handen is terecht gekomen. Als dan ook nog de zegelvoorraad van een station is geplunderd, dan is het niet vreemd dat er opeens veel gestempelde spoorwegzegels van hetzelfde stempeltype en met dezelfde datum op de markt zijn gekomen. Een voorbeeld daarvan is het stempel type 5.2.1 van Waulsort met als datum 13 februari 1913 (zie afb. 8). Daarvan zijn inmiddels wel erg veel afstempelingen bekend. Maar Waulsort was toen vooral een toeristenplaats en telde slechts  zo’n 350 inwoners . Die inwoners zullen in de winter niet allemaal op dezelfde dag een pakketje per spoor hebben verzonden. Je kunt je daarmee afvragen of zo’n stempel wel in een tentoonstellingscollectie zou mogen worden opgenomen, ook al gaat het ook hier om een afdruk van een echt stempel op een echte spoorwegzegel.

Ook met het stempel van type 5.2.1 van Renory is voorzichtigheid geboden. Dezelfde Nord-Belge verzamelaar als hiervoor genoemd heeft geconstateerd dat van Renory zeer weinig materiaal beschikbaar is en dat wat  hij tot op heden heeft gezien alleen afstempelingen type 5.2.1 betreffen met als datum 9 oktober 1913 of 10 oktober 1930 (zie afb. 9 en 10). Bij nadere inspectie blijkt dat het gaat om hetzelfde stempel. Zo is er bij beide stempels sprake van onderbrekingen in de lijnen van het kadervak, een overgedimensioneerde G in BELGE en is het linker bovenstreepje van de Y in RENORY korter dan het rechter bovenstreepje. Het enige verschil tussen de beide stempels is dat er alleen in de  afstempelingen van 1930 een vlek is bij het jaartal. De vraag of het hier al dan niet om welwillendheidafstempelingen, een onbevoegd gebruik van het stempel  dan wel een door een vervalser gemaakt stempel zou gaan is op dit moment zeer moeilijk te beantwoorden. Voor meer  zekerheid hierover zou meer materiaal met afstempelingen van Renory beschikbaar moeten komen.
Diezelfde voorzichtigheid zou betracht moeten worden bij afstempelingen van het type 8.1.1 van Liège Vennes, waarvan naast als echt te kwalificeren afstempelingen ook een vervalsing  via de reproductiemethode bekend is.


Afb. 1
Afb. 2
Afb.3
               
Afb. 4, 5, 6, 7
Afb.8

Afb. 9
Afb. 10