Stempeltype - Nord Belge Stempels

Nord Belge Stempels
Title
Ga naar de inhoud
Overzicht stempeltypen "Nord-Belge"
 
 
Verantwoording
 
De rubricering van de verschillende stempeltypen is een essentieel onderdeel van de catalogus. Ook een lastig onderdeel, omdat er op de hoofdindeling veel uitzonderingen bestaan, zowel met betrekking tot het formaat van de stempels als tot de periode waarin de stempels worden gebruikt.
 
De hoofdindeling is als volgt:
 -Voorlopers (ook gebruik bekend vóór 1879):
Het gaat hier om stempels die al vóór 1879 door de Nord-Belge voor diverse doeleinden werden gebruikt (type 0.1 en 0.2) en na de introductie van de spoorwegzegels dienden om deze zegels te ontwaarden. Naar alle waarschijnlijkheid is van een gebruik vóór 1879 ook bij sommige stempels van type 1.1 en 1.2 sprake.
 
-Eerste periode (1879 - 1902):
Naamstempels, al dan niet voorzien van de toevoeging 'N.B.' of 'Nord-Belge'; eerst zonder datum of met handgeschreven of met los stempel aangebrachte datum (type 1) later met een in het stempel opgenomen datum (type 2). Er komen in deze periode ook al drie-regelige stempels voor, die zijn samengevoegd in een type 3. In feite bestaat type 3 uit verschillende sub-typen. Omdat een verdergaande verdeling de overzichtelijkheid niet ten goede komt, is er steeds voor gekozen sub-typen die niet frequent voorkomen samen te voegen in één type.
 
-Tweede periode (1902 - 1919):
Drie-regelige stempels waarvan de datum in de middelste regel is opgenomen in een kastje met aan weerszijden een krul (type 4) of een uitstulping (type 5). De overige in deze periode voorkomende typen zijn weer samengevoegd in één type 6.
 
-Derde periode (1919 - 1925):
Met het kleiner worden van de spoorwegzegels worden ook de stempels kleiner. In deze periode werd een klein drie-regelig rechthoekig stempel gebruikt (type 7). Nieuw is dat in de standaard-uitvoering links en rechts van de datum het loketnummer wordt opgenomen.
 
-Vierde periode (1925 - 1940):
Na de introduktie van de grotere spoorwegzegels van de Rijkswapenserie in 1923 worden ook de stempels weer groter. Gebruikt wordt weer een rechthoekig stempel met standaard links en rechts van de datum het loketnummer (type 8). Het verschil tussen klein (type 7) en groot (type 8) is gelegd bij een breedte van het stempel van 35 mm. Bij een breedte tot en met 35 mm hoort het stempel thuis onder type 7, is het groter dan onder type 8. In een enkel geval leidde deze keuze tot een betwistbare uitkomst, maar dat is geen reden geweest een andere grens vast te stellen.
 
 
Bij de drie-regelige stempels is het in de standaard-uitvoeringen zo dat in de eerste regel de vermelding 'NORD-BELGE' voorkomt, in de tweede regel de datum en in de derde regel de naam van het desbetreffende station. Bij de rubricering wordt een onderscheid gemaakt tussen de stempels met een standaard indeling en die met een afwijkende indeling. Ook hier geldt dat veelal alle stempels met een afwijkende indeling zijn samen-gevoegd in één sub-type, ook al zou er nog een verdere onderverdeling zijn te maken. Afwijkende indelingen betreffen onder meer:
-stationsnaam in de eerste regel, gevolgd door "N.B." en in de derde regel de naam van het loket (bijv.        Marchandises, Arrivages);
 -ornament in plaats van loketnummer (bij type 8);
 -vermelding van het treinnummer achter de datum.
 
Indeling van de stempeltypen
 
 
Voorlopers
 
0.1       Drie-regelig invulstempel
0.2       Ovaal stempel "exploitation"
 
Eerste periode (1879 - 1902)
 
1.          Eén-regelige stempels.
1.1      Stationsnaam in kastje, zonder datum, met (los) datumstempel of met handgeschreven datum.
1.2      Stationsnaam niet in kastje, zonder datum, of met (los) datumstempel. (zie opmerking e.)
2.          Twee-regelige stempels (stempel niet in kastje). (zie opmerkingen e. en f.)
3.          Drie-regelige stempels (stempel niet in kastje).
 
Tweede periode (1902 - 1919)

4.          Drie- of twee-regelige stempels, datum in kastje met aan weerszijden een krul.
4.1      Stempel niet in kastje, drie-regelig, standaard indeling A. (zie opmerking d.)
4.2      Stempel niet in kastje, drie-regelig, afwijkende indeling.
4.3      Stempel niet in kastje, twee-regelig.
4.4      Stempel niet in kastje, drie-regelig, krul in de vorm van een liggende franse lelie.
5.        Drie-regelige stempels, datum in uitgestulpt kastje.
5.1      Stempel niet in kastje.
5.1.1  Standaard indeling A.
5.1.2  Afwijkende indeling.
5.2      Stempel in kastje.
5.2.1   Standaard indeling A.
5.2.2   Afwijkende indeling.
6.        Overige stempels, afwijkende indeling.(zie opmerking a.)
6.1      Stempel in kastje, drie-regelig.
6.2      Noodstempels na WO-I.
 
Derde periode (1919 - 1925)
 
7.        Drie-regelige stempels in klein kastje ( 35 mm).
7.1      Datum in apart kastje, loketnummer niet in kastje.
7.1.1   Standaard indeling B. (zie opmerking d.)
7.1.2   Afwijkende indeling.
7.2      Datum in kastje, loketnummer elk in kastje.
7.2.1   Standaard indeling B.
7.2.2   Afwijkende indeling
7.3      Géén scheiding tussen loketnummers en datum.
7.3.1   Standaard indeling B.
7.3.2   Afwijkende indeling.
 
Vierde periode (1925 - 1940)
 
8.        Drie-regelige stempels in grote kast (> 35 mm).
8.1      Datum in apart kastje, loketnummers niet in kastje.
8.1.1   Standaard indeling B (met loketnummer).
8.1.2   Afwijkende indeling (met loketnummer).
8.1.3   Standaard indeling B (ornament i.p.v. loketnummer).
8.1.4   Afwijkende indeling (ornament i.p.v. loketnummer).
8.1.5   Datum kastje afwijkende vorm.
8.1.6   Afwijkende indeling (bijv. ornament plus loketnummer)
8.2      Datum in kastje, loketnummers elk in kastje.
8.2.1   Standaard indeling B.
8.2.2   Afwijkende indeling.
8.3      Geen scheiding tussen loketnummers en datum.
8.3.1    Standaard indeling B.
8.3.2    Afwijkende indeling.
9.          Noodstempels in WO.II.
 
 
 
Opmerkingen:
 a. In de periode direkt na de Eerste Wereldoorlog zijn in sommige stations noodstempels gebruikt of zijn oude     stempels weer in gebruik genomen. De noodstempels zijn in deze catalogus opgenomen als type 6.2, hoewel     er van een eenduidig type geen sprake is. Het hergebruik van oude stempels is aangegeven bij het                 desbetreffende type.
b.In de Tweede Wereldoorlog zijn in sommige stations die voorheen aan de Nord-Belge toebehoorden, kennelijk bij gebrek aan normale stempels, spoorwegzegels afgestempeld met een, ook kennelijk, nog wèl voorhanden naamstempel van het station en al dan niet voorzien van een handgeschreven datum. Deze naamstempels komen weliswaar overeen met de in de catalogus opgenomen naamstempels van type 1.1 en type 1.2, maar toch is er in deze catalogus voor gekozen deze stempels in een aparte categorie (type 9) onder te brengen omdat het hier, anders dan bij type 1.1 en type 1.2, gaat om stempels die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt als noodstempel. Niet opgenomen zijn naamstempels van de gemengde stations (zie bladzijde 15) omdat van die stempels niet kan worden vastgesteld of ze afkomstig zijn van het Nord-Belge kantoor of van het NMBS kantoor van zo’n station.
Een andere hypothese voor het gebruik van deze naamstempels is dat het op sommige van deze stations niet gewenst werd geacht of zelfs werd verboden nog steeds Nord-Belge stempels te gebruiken. In afwachting van de komst van de NMBS-stempels zou daarom tijdelijk een neutraal naamstempel zijn gebruikt. Tegen deze hypothese pleit dat de naamstempels, voor zover bekend, slechts op 4 stations zijn gebruikt en er dus geen sprake was van een algemene opdracht vanuit het hoofdkantoor.
c. Toen in 1941 de NMBS de exploitatie van het spoorwegnet van de Nord-Belge definitief overnam heeft zoals in een eerdere paragraaf al is beschreven, de NMBS nog enige tijd (variërend per station) de oude Nord-Belge-stempels gebruikt. Soms werd de naam 'Nord-Belge' of 'N.B.' weggesneden. Dit is aangegeven bij het desbetreffende type. In deze catalogus is dus ook het gebruik van de Nord-Belge-stempels 10 mei 1940 vermeld. Opvallend daarbij is dat er na 10 mei 1940 Nord-Belge stempels zijn gebruikt waarvan (nog?) geen gebruik van vóór 10 mei 1940 bekend is. Ter completering van de gegevens van de Nord-Belge stempels is als bijlage 3 een overzicht opgenomen van het vroegst bekende gebruik van stempels van de NMBS op de niet-gemengde stations.
d.  De standaardindelingen bij de drie-regelige stempels zijn:
Standaard indeling A:     eerste regel        - NORD-BELGE
tweede regel     - datum
derde regel         - stationsnaam
Standaard indeling B:      eerste regel        - NORD-BELGE
tweede regel     - loketnummer - datum - loketnummer
derde regel         - stationsnaam
       
 
   
       
       
 
e. Als bij type 1.2 (stationsnaam niet in kastje met los datumstempel) het datumstempel keurig onder de stationsnaam is geplaatst, lijkt het stempel bedrieglijk veel op een stempel van type 2 (twee-regelig stempel niet in kastje); zie bijvoorbeeld Sclaigneaux type 1.2 voor een twijfelgeval). Dat is dan wel een toevalstreffer, want meestal loopt bij type 1.2 de datum niet parallel met de stationsnaam of is de
afstand tussen stationsnaam en datum wisselend.
f. Bij de meeste stempeltypen (zoals bijvoorbeeld bij de drieregelige stempeltypen 5, 7 en 8) is er sprake van een vaste plaats voor de diverse gegevens in de stempels. De datum kan hierbij gemakkelijk worden verzet via een draaimechanisme, maar de afstanden tussen dag, maand en jaar blijven hierbij
gelijk. Verder zijn er wel veel variabelen: klassieke of strakke letters, hoogte van de letters en cijfers, grootte van het stempel, al dan niet vermelding van de eeuw, maand in letters of in Romeinse cijfers, weergave van de maand in het Frans op diverse manieren, lengte van de naam van het station
etcetera. Dat komt vooral omdat het maken van elk stempel handwerk was en er kennelijk niet al te gedetailleerde voorschriften aan de stempelmaker werden meegegeven. De vraag waar het nu om gaat is of er ook bij het tweeregelige stempel type 2 sprake is van vaste plaatsen voor de drie
onderdelen van de maand (dus dag, maand en jaartal). Er zijn bijvoorbeeld bij Liége Guillemins en bij Tilleur zoveel stempels waarbij er sprake is van verschillende afstanden tussen die drie onderdelen van de datum dat je zou kunnen denken dat de stationsbeambte bij het aanpassen van de datum die afstanden zelf kon veranderen. Dit kan dus alleen al er bij dit type 2 geen sprake was van een draaimechanisme om de datum te kunnen verzetten. In deze catalogus is er vooralsnog voor gekozen om uit te gaan van de gedachte dat verschillende afstanden tussen de drie onderdelen van de datum
moeten leiden tot verschillende vermeldingen in de catalogus. Voor dit standpunt pleit dat er nu veel informatie over die afstempelingen type 2 beschikbaar is gekomen en dat daaruit blijkt dat er veel stempelafdrukken van type 2 zijn waarbij die afstanden aan elkaar gelijk zijn. Aan de andere kant is er dan sprake van dat er, bijvoorbeeld in Liége Guillemins en in Tilleur, veel meer van elkaar verschillende stempels zijn dan er in die stations loketten waren en dat lijkt geen goede uitkomst op te leveren. Dit vraagstuk zou kunnen worden opgelost als we zouden weten hoe de stempels van type 2
technisch gezien in elkaar zaten. Wie kan helpen bij het oplossen van dit vraagstuk?
 
 
Terug naar de inhoud